concerti II


Home | Archief | Componisten

 

 

 

 Vrijdag 29/11 – O.L.V.-kerk, Nieuwkerken

Zondag 01/12 – H. Rozekranskerk,Wilrijk

 

Programma
 

Johann Sebastian Bach: concerto in f (BWV1056)

voor klavecimbel, strijkers en basso continuo

solist: Jetty Janssen

 

Antonio Vivaldi: concerto in d (bewerking van op. III no.10, RV 580,)

voor 4 blokfluiten, strijkers en basso continuo

Vivaldi’s concerto voor 4 violen, strijkers en b.c., opus III, nr. 10 (uit L’Estro Armonico), bewerkt door J.S. Bach voor 4 klavecimbels (BWV 1065) en door W. Ceuleers voor 4 blokfluiten in 1986.

soli: Veronica Joris, Lisbeth Wolfs, Katelijne Loete, Willem Ceuleers

 

Johann Sebastian Bach: concerto in a (BWV1041)

voor viool, strijkers en basso continuo

         solist: Olga Blansaer

 

Willem Ceuleers: concerto grosso nr. 5 in F (opus 786)

voor tromba da tirarsi, blokfluit, 2 traverso’s, chalumeau, oboe da caccia, viool, 2 cello’s, strijkers en basso continuo

solisten: Tr. Marc van Wolvelaer; Bl. Johanna Lambrechts;
Trav. Hilde De Bleser, Anne Ooms; Ch. Willem Ceuleers;
Ob.
Joost Pollet; Vi. Hermelinde De Smet;
Vc. Caroline Courtois & Eddy Moons

 

 

 

 

 

 

Verbindende teksten

 

 

 

Weimar = de thuiskomst van de prins

1713 Weimar. Op het hertogelijk paleis is het een drukte van belang…

Johann Ernst, halfbroer van de hertog, komt terug uit Utrecht, waar hij studeert.

Hij is nog maar 16, maar getalenteerd èn zeer muzikaal, begaafd violist.

 

De koets komt tot stilstand, de paarden worden uitgespannen, de koffers van het dak.

Voorzichtig met die kist: Naar de bibliotheek..

Geen seconde verliest Johann Ernst die uit het oog, maar wil niet zeggen wat er in zit.

Volgende dag nodigt hij zijn beide muziekleraars uit.

Johann Sebastian Bach, hoforganist, violist en klavecinist en Johann Gottfried Walther, de stadsorganist

 

 

Hij opent de kist:Edition originale de l'estro armonico

Kijk, dit heb ik in Amsterdam gekocht afgelopen jaar: manuscripten / drukken / Italiaanse muziek

Albinoni, Corelli , Gentile, Mancia , Torelli , de Marcello’s

 

en het topstuk, vers van de pers: van Antonio Vivaldi. L'estro harmonico, prachtig uitgegeven bij Estienne Roger in Amsterdam 1711: Vivaldi’s, opus 3 [12 concerten voor 1, 2 of 4 violen, strijkorkest en continuo]

 

Hij vertelt hoe hij vanuit Utrecht, waar hij studeerde, geregeld afreisde per boot naar Amsterdam. En hoe hij de blinde organist van de Nieuwe Kerk, Jan Jacob de Graaf op het orgel transcripties hoorde spelen van de oude en nieuwe Italiaanse meesters:Albinoni, Corelli , Gentile, Mancia , Torelli , de Marcello’s en Antonio Vivaldi.

 

U snapt al wat Bach en Walther gingen doen…

9 stuks zijn er van Bach overgeleverd voor klavier solo.

 

En 20 jaar later in Leipzig bewerkt hij er nog eentje, voor z’n koffieconcerten bij Zimmermann.

Deze laatste gaat u horen. 4 violen solo: Bach had er 4 klavecimbels van gemaakt… Vreemde keuze. In de vorige eeuw heeft Willem Ceuleers datzelfde concert nog eens onder handen genomen en er een concert voor 4 blokfluiten…

 

noot: Johann Ernst von Sachsen-Weimar (25 December 1696 – 1 August 1715). Telemann publiceerde in 1718 zes van Johann Ernst's concerti. Temidden van de Bachbewerkingen bevindt zich ook één bewerking van een concert van Johann Ernst (lang aangezien voor een ... Vivaldi)

 

 

Forkel - Bach de beginneling

Volgens de eerste biograaf van Bach, dhr. Nikolaus Forkel (1802) heeft Bach terwijl hij die transcripties maakte niet alleen de prins een plezier mee gedaan, maar er tegelijkertijd ook veel van geleerd.

 

In die tijd was Bach nog maar een jonge gast, hij diende daar vooral om ‘op te treden’.

Als virtuoze organist in de hofkapel en als violist in de muziekzaal.

En virtuoos dat was hij. En improviseren kon hij als de beste…

 

In die tijd echter begon hij ook te componeren, maar hij was niet tevreden…Afin.

Ik zal u gewoon voorlezen wat Forkel over Bach en Vivaldi schreef:

 

 ‘Bachs eerste compositiepogingen waren verre van volmaakt… Hij liet de handen over het instrument op en neer razen, bij voorkeur met zoveel mogelijk vingers tegelijk, en dan hield deze wilde stijl net zolang vol tot de handen toevallig een of ander rustpunt vonden, dat zijn de kunststukjes die beginnende componisten allemaal schrijven, ook Bach. Zulke mensen kun je het best ‘vingercomponisten’ noemen omdat zij de vingers laten bepalen welke noten ze opschrijven in plaats dat zij de vingers voorschrijven welke noten te spelen: Klavierhuzaren noemde Bach zelf later zulke muzikanten.

Bach kreeg echter al snel door dat die eeuwige loopjes en sprongen tot niets leidden; dat orde, samenhang en verhouding de muzikale invallen moeten beheersen en dat, om dat te bereiken, er een of andere leidraad nodig was, een verbindend principe.

Vivaldi's vioolconcerten, die toen net waren uitgegeven, boden hem zo'n leidraad. Hij had er zo vaak lovend over horen spreken dat hij op de lumineuze gedachte kwam om ze allemaal voor klavier te bewerken. Hij bestudeerde de ontwikkeling van de muzikale ideeën, hun onderlinge verhouding, de rijkdom aan modulaties en nog een heleboel andere bijzonderheden. Deze oefeningen leerden hem muzikaal te denken, zodat hij toen het werk voltooid was hij voor zijn eigen gedachten niet meer afhankelijk was van wat zijn vingers deden, maar dat hij ze uit zijn eigen fantasie kon nemen en vorm geven.

 

 

 

Albert Schweitzer heeft het een eeuw na Forkel vele malen beter gezegd, terwijl hij hetzelfde punt maakt:

“In  Weimar lieten de sonates en de concertos van de Italianen hem iets zien wat de Buxtehudes and Böhms hem niet hadden kunnen leren, omdat die het zelf ook niet doorhadden — muzikale architectuur. Deze ontdekking begeesterde hem en hij legde zich toe op de studie van o.m. Vivaldi en in een aantal van de werken uit die tijd kun je horen hoe hij zich helemaal overgeeft aan de betovering die er van de Italiaanse creaties uitging.

 

Een veel later en volledig gerijpt resultaat hoort u nu in zijn vioolconcert…


 

Vivaldi 

 

Een halve eeuw na zijn dood was Vivaldi al bijna geheel vergeten.

in Ernst Ludwig Gerber’s Tonkünstlerlexikon (Encyclopedie van musici uit 1790–92) komt hij enkel nog voor als een vioolvirtuoos, die in zijn tijd heel beroemd was, maar wiens composities niet interessant genoeg waren om nog vermeld te worden.

 

In begin 19de eeuw kende men van Vivaldi eigenlijk enkel nog een motet van een Franse componist (Michel Corette) ‘Laudate Dominum de coelis’ …dat heette gebaseerd te zijn op een stuk van een concert van Vivaldi dat ‘Lente’ heette.

Jean-Jacaues Rousseau had dat nog bewerkt voor fluit…

 

Voetnoot in de geschiedenis…

 

Vivaldi is herontdekt omdat hij genoemd werd in de biografie van Bach.

Die was ook bijna vergeten, maar had een kleine trouwe fanclub…

en dat boek van Forkel… uit 1802 waarin Vivaldi genoemd werd.

Onderzoekers, Bachfanaten, Duitsers dus gingen zich afvragen wie dat toch was.

De Duitse Bachgesellschaft  gaf Bachs transcripties uit.

Musicologen gingen eens kijken of die composities nog vindbaar waren.

Zo promoveerde Vivaldi tot voetnoot in de biografie van Bach…

 

Tot in 1926 een klooster in Monferrato de bibliotheek van Turijn benadert met het verzoek om hun muziekcollectie te schatten.

De musicoloog van dienst, Alberto Gentili,  valt achterover als hij de verzameling ziet:

79 banden met muziek, waaronder 14 banden handgeschreven composities van Vivaldi, grotendeels autograaf… bijna allemaal onbekende werken van Vivaldi, meer dan 100 concertos, 12 operas, 29 cantatas, and een complete oratorium. 

Een rijke effectenmakelaar kon overtuigd worden de collectie op te kopen en hij schonk ze aan het museum van Turijn. (raccolta Mauro Foà, zoon van de sponsor die overleden was - de afbeelding komt uit die collectie)

 

Al snel was duidelijk dat dit slechts een deel van een veel grotere collectie moest zijn.

Dankzij briljant detectivewerk van een groep gebeten musicologen is men erin geslaagd ook het andere deel te localiseren…

Deze wordt gekocht door een rijke textielhandelaar (Filippo Giordano)en eveneens geschonken aan het museum van Turijn (weer een overleden zoon).

 

Een gigantisch uitgaveproject begint… In 1939 vindt de eerste doorbraak plaats tijdens een Vivaldi festival, waar de muziek wordt gespeeld. Daar klonk het Gloria, een volledige opera, en een hele reeks van zijn concerti.

Echter pas na WO II begint Vivaldi aan zijn steile opgang, omdat er enkele orkesten worden opgericht in Italië, die zich specialieren in Vivaldi… La Scuola Veneziana (1947), I Virtuosi di Roma (1947), and I Musici (1952)…

Nu misschien wel de meest geliefde klassieke componist aller tijden.

 

Een feest, de muziek van Vivaldi, Musikfreude spat er vanaf…

Zo ook van het laatste stuk… Willem Ceuleers… alle beschikbare instrumenten nog eens in… in een ‘groot concert’ een muziekstuk in de stijl, de taal van toen… maar muzikale taal is veel Pminder tijdgevoelig dan gesproken of geschreven taal, eigentijdse oude muziek dus. 

 

 

 

Muzikanten

viool:                    Olga Blansaer, Hermelinde De Smet, Anne Coornaert

altviool:                Veerle Roggeman, Heidi Verbruggen

cello:                    Piet Van Steenbergen, Caroline Courtois, Eddy Moons

contrabas:            Sus Herbosch

tromba da tirarsi: Marc Van Wolvelaer

blokfluit:               Willem Ceuleers, Lisbeth Wolfs, Veronica Joris, Katelijne Loete, Johanna Lambrechts

traverso:               Hilde De Bleser, Anne Ooms

oboe da caccia:    Joost Pollet

chalumeau:          Willem Ceuleers

chitarrone:           Koen Becu

klavecimbel:        Jetty Janssen, Willem Ceuleers

 


Toelichting

-         Concerto (uit het Latijn: concertare = ‘wedijveren, strijden, zich meten met, disputeren’) is de benaming voor een vorm van compositie waarbij verschillende instrumenten met elkaar dialogeren dan wel wedijveren.

-         Een Concerto Grosso (Italiaans: Groot Concert) is een concert, waarin een groep solo-instrumenten een prominent aandeel heeft.

-         Concerto’s bestaan meestal uit drie delen die door korte pauzes van elkaar gescheiden zijn. Het eerste deel is meestal snel, daarna volgt een langzaam deel en ten slotte weer een snel deel (vaak een gestileerde dans)

 

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

In 1729 is Bach al zes jaar Thomascantor en heeft er al meer dan 300 cantates en enkele Passionen opzitten. Hij zoekt een nieuwe uitdaging. Hij wordt muzikaal leider van het Collegium Musicum (in 1707 door een ondernemende student Rechten G.Ph. Telemann opgericht). Dit muziekgezelschap musiceerde in de grote zaal van het Kaffeehaus van Gottfried Zimmermann. Daar werden onder het genot van pot ‘koffie’ (een – toen – nieuwe en exotische drank) zakelijke bespre­kingen gevoerd en de laatste nieuwtjes uitgewisseld.  Elke vrijdagavond tussen 20.00-22.00 uur trad Bach op met zijn Collegium Musicum, bestaande uit studenten, passerende virtuozen, stadsmusici, z’n eigen vrouw en kinderen, etc.... In de zomer vonden op woensdag openluchtconcerten plaats in Zimmermann’s koffietuin. Tijdens de jaarbeurs (Leipziger Messe) waren er extra concerten. Bach’s concerti zullen dus ongetwijfeld te horen zijn geweest in dat café. J.S. Bach was trouwens evenzeer violist als klaviervirtuoos.

 

Vivaldi, Antonio (1678 -1741)

Vivaldi’s vader was een kleermaker-barbier, die in 1685 violist werd in de capella (orkest) van de San Marco in Venetië. In 1703 werd Antonio tot priester gewijd en van 1703 tot 1740 (met een korte onderbreking) was hij verbonden aan het ‘conservatorium’ van een kostschool voor weesmeisjes (Ospedale della Pietà). Stel u die niet te jong voor: Als de meisjes bijv. niet wensten te trouwen bleven ze er wonen en werken. De dames bevrouwden niet enkel het orkest maar zongen ook alle rollen in oratoria en opera’s. Vaak onderbrak Vivaldi zijn werk te Venetië voor reizen in en buiten Italië. Als componist en vooral als vioolvirtuoos was hij tijdens z’n leven wereldberoemd (letterlijk te nemen). Hij schreef ca. 450 concerti, soloconcerti en concerti grossi, die een grote variatie laten zien in opbouw en bezetting. Meer dan 200 zijn geschreven voor viool en strijkorkest. Vivaldi behandelt de stereotiepe grondvorm van het concerto met zwier en vindingrijkheid. Bach heeft een tiental concerti getranscribeerd waarbij hij er niet voor terugschrok zijn eigen ideeën aan die van Vivaldi toe te voegen. Na zijn dood raakte Vivaldi snel in vergetelheid en tot halfweg de vorige eeuw was hij volledig onbekend bij het grote publiek, iets wat momenteel onvoorstelbaar is. Hoe dat is veranderd, wordt u tijdens het concert verteld.

 

Willem Ceuleers (1962)

studeerde aan de conservatoria van Antwerpen harmonie, contrapunt, blokfluit, orgel, klavecimbel en zang. Naast een drukke concertpraktijk (als zanger, organist en klavecinist) was hij van 1992 tot begin 2006 titularis-organist in de St-Catherina-kerk te Sinaai. Momenteel is hij dekanaal organist van Laken en titularis-organist in Sint-Lambertus aldaar. Sedert 2000 is hij ook muzikaal leider van het Antwerps Collegium Musicum.  Van 2002-2004 was hij, samen met Kurt Bikkembergs, kapelmeester van de kathedraal te Brussel. Hij mag zich verheugen op een stijgende belangstelling voor zijn composities en kreeg reeds opdrachten binnen van het Nederlands Kamerkoor, het Huelgas-ensemble, VRT Klara, de stad Sint-Niklaas, naast privé-opdrachten. Het overgrote deel van zijn werk is geschreven voor liturgische doeleinden. Hij bedient zich hierin vaak van ‘oudere’ muzikale stijlen, die hij niet als voorbijgestreefd, maar als levende talen beschouwt, uitstekend geschikt om ook nu nog in te communiceren (musiceren).

 

 

Het Antwerps Collegium Musicum is in 2000 opgericht en groepeert instrumentalisten en zangers die geïnteresseerd en gespecialiseerd zijn in de beoefening van oude(re) muziek, m.n. uit de periode van de Renaissance en Barok. Niet een puristische opvatting omtrent een authentieke uitvoering is hun uitgangspunt, maar het verlangen om samen ‘goede’ muziek te maken en uit te voeren, liefst in een zo optimaal mogelijke context. De figuur van Willem Ceuleers (veelzijdig muzikant) speelt in deze groep een belangrijke rol. Hij zet de muzikale koers uit en bewaakt de kwaliteit. Het Antwerps Collegium Musicum is gespecialiseerd in meditatieve concerten, of concerten+, maar alle goede muziek wordt met plezier onder handen genomen en ten gehore gebracht. Muziek komt immers pas tot z’n recht als het gehoord wordt.