Schütz in zijn tijd


Home | Archief | Componisten

 

 

 

Heinrich Schütz

zijn leven, zijn tijd en zijn muziek

 

De periode waaruit de muziek stamt is een verbijsterende periode geweest.

Europa was gewikkeld in één grote godsdienstoorlog. In de nederlanden woedde de 80-jarige oorlog volop. In Frankrijk werden hardhandig de laatste restjes van het Hugenotendom de kop in gedrukt (Richelieu is een exacte leeftijdsgenoot van Schütz).

Vlaanderen en Zuid-Europa waren degelijk roomskatholiek. Scandinavië was om: die landen werden Luthers tot in de genen...

 

In Duitsland en Midden-Europa ging alles mis.

Toen twee habsburgse stadhouders uit het venster ‘vielen’ in Praag (23 mei 1618 - Prager Fenstersturz) was het hek van de dam. Prager Fenstersturz / Defenestratie.

 

Heinrich Schütz was toen in de kracht van zijn leven, begin dertig, net aangesteld als kapelmeester van de keruvorst van Saksen in Dresden, verantwoordelijk dus voor de hofkapel.... hij had trouwplannen en was bezig met de laatste hand te leggen aan z’n eerste verzameling grote religieuze muziek. De Psalmen Davids, die 1619 verschenen en hem in één klap naast Michael Praetorius zetten.. De Duitse Orpheus en vader van de protestantse kerkmuziek had z’n opvolger.gevonden..

 

En dan begint de oorlog. Schütz probeert verschillende keren weg te komen, lukt niet. Hij werkt door, zowel werelds : de eerste duitse opera gaat in première in Dresden, Dafne (op tekst van Opitz, naar Italiaans voorbeeld) als kerkelijk;  cantiones sacrae 1625. oecumenisch werk... veel aumgustinsteksten. Hij investeert in vredesonderhandeling samen met z’n eerste vorst: Moritz van Hessen en de graaf Posthumus Reuss, die we straks nog tegenkomen. Vergeefs.

 

bezuinigingen op de hofkapel / Economische acheruitgang.

En persoonlijk leven gaat het vreugdelicht ook uit: 1625 sterft zijn vrouw. Hij hertrouwt nooit. Als de oorlog dichterbij komt weet hij nog een keer en verlof te krijgen. 1628 naar Venetie. Als hij terugkeert is de oorlog echter tot bij Dresden doorgedrongen... de komende 20 jaar zal die z'n verwoestend werk doen.

even terzijde: Eén keer laat Schütz zijn muzikantenstem horen. Als in 1627 in Mühlhausen de keurvorsten en de keizer elkaar ontmoeten om te spreken over ... 'vrede', is hij met 18 musici present en verwelkomt alle vorsten met een dubbelkorig motet: Da pacem, Domine, in diebus nostris... Een schitterende zetting waarbij de verplichte begroeting (vivat) wordt ingekaderd in een indringende vijfstemmig zetting (1 zanger, 4 gamba's) van het het oud-kerkelijke (oecumenische) gebed om vrede.

hier een opname met toelichting op de muziek en de setting:

 

 

Als dan eindelijk - moegestreden - in 1648 de vrede van Westfalen een einde maakte aan de vijandigheden is Schutz 63 jaar - en oud. Hij had reeds verschillende malen aan de keurvorst gevraagd van zijn plichten ontheven te mogen worden.

 

De muziekstukken stammen midden uit die 30-jarige oorlog. Ze zijn ontstaan in de jaren 1630. Het zijn kleine geestelijke concerten – noodgedwongen. Dus.

Steeds meer muzikanten zochten een goed heenkomen in het buitenland. Schütz die behoorlijk veel internationale contacten had, hielp ze daar zelfs bij. Een van zijn meest begaafde leerlingen, bezorgde hij zelfs hoogstpersoonlijk een organistenpost in het Noorden van Duitsland (Hamburg, Matthias Weckmann). Trouwens: de muzikanten stonden op dezelfde payroll als de stalknechten...

 

Zelf bleef hij over met enkel getrouwen... voor hen - en voor z’n collega’s die in een zelfde positie verkeerden, schreef hij zijn kleine geistliche Konzerte. Eén stem is genoeg om Gode te zingen, twee is meegenomen en op 3 kan God al tronen, zoals psalm 22 zegt.

 

En toch -vergis u niet - zijn het geen petieterige concertjes. Integendeel.

In de traditie van de kleine kerkconcerten van zijn vriend Johann Hermann Schein (Opella Nova) grijpt hij de gelegenheid aan om de Italiaanse manier van zingen verder in te voeren. tekstgericht... De stile recitativo of rappresentativo heet dat, die gekenmerkt wordt door solistisch gezongen melodieën met begeleiding van een klavecimbel, luit of orgel.

Deze muziekstijl bood oneindig veel dramatische mogelijkheden en is de basis geworden va, zowel de latere opera (seculier) als het oratorium (geestelijk).

 

In het eerste blokje hoort u hoe Schein en Schütz - en ook Praetorius - nog even deed hij mee, hi overleed min 1621 - hier met eenvoudige middelen een maximum aan zeggingskracht bereiken.

U kunt de tekst volgen in het programmaboekje...

Let u maar eens op hoe er geklaagd wordt.... dalende reekste.

Hoe er aangedrongen.. stuwend, stapelend.. omhoog.

En hoe in het laatste stuk van dit eerste deel... een volkomen vrije natuurlijke aria wordt gezongen...

 

 

BLOK 2

Hoort u hoe Schütz naast kerkmusicus ook een prima hofcomponist zal zijn geweest.Hij heeft veel van dat werk geschreven, niet alleen voor zijn eigen broodheer, maar vooral ook voor koning van Denemarken, die met familiebanden had met het hof in Sachsen en waar Schütz zo vaak mogelijk werd uitgenodigd èn dan zo lang mogelijk, soms meer dan een jaar bleef.

 

Vreemd: Schütz vond het blijkbaar niet nodig zulke muziekstukken ook te publiceren wat hj met z’n kerkelijk werk juist wel deed, zeer nauwgezet zelfs, genummerd.

Gelukkig komt zijn ingehouden dramatisch vernuft ook in enkele religieuze werken tevoorschijn. We zullen nog een voorbeeld horen - in het derde deel - als de avondpsalm (psalm 3) aan de beurt komt.

 

In het tweede blok muziek wordt het overigens ernstige bedoening..

We verplaatsen ons met de gelovigen van toen in het perspectief dat God heeft op het wereldse gebeuren. En wat God ziet, dat bevalt Hem niet zo. Dat klopt niet met wat hij in gedachten had toen hij Adam schiep.

Dat die ‘mens’ er altijd zo’n rommel van maakt, zo’n chaos, anomie, anarchie...

Ja, met God mee verbaast elke jonge nieuwe generatie zich er weer over dat de vorige dat allemaal heeft laten gebeuren, maar vervalt volgens zelf ook in dezelfde fout.

 

Men spreekt dan van de condition humaine , het menselijk tekort, of in de christelijke leer over de erfzonde, beter: de oerzonde... dat de Mens, ADAM, er altijd weer intrapt... Lot, ja, maar ook schuld.

 

De geestelijke concerten van dit gedeelte bemediteren vanuit dit verschijnsel: hoe het toch zover heeft kunnen komen en of er dan nog wel een uitweg is uit die condition humaine.

 

Het centrale koraal is hier Durch Adams fall ist ganz verderbt .

Het wordt een ernstig spel tussen de Eerste en de Tweede Adam.

Ja, er is een tweede adam geweest, een schepping opnieuw. De oude en de nieuwe mens.

 

Paulus (brief aan de Romeinen, hoofdstuk 5) heeft namelijk ooit een spannende denkoefening gedaan. Hij stelde zich Christus voor als een soort ‘tweede’ Adam is (‘Adam’ = Hebreeuws voor ‘mens).

Door één mens, zo schrijft hij, is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en zo is de dood voor ieder mens gekomen ... een fatale lapsus: de ‘condition humaine’ wordt hierdoor verklaard... (historiserend gezegd, maar bedoeld als existentiaal)

Maar dan gaat Paulus door. Daar is het godzijdank niet bij gebleven. God heef thet nog eens geprobeerd. Een tweede Adam : Christus, en ook zijn lot heeft invloed op alle mensen... leidde de eerst Adam tot een vreselijke val, hier wordt een salto vitale beschreven:

 

Tekst is afgedrukt naast het lied...

Dat overigens nog een keer terugkomt nadat het lam gods is voorgesteld... expres: de komst van de tweede Adam heeft het krachtenveld van de eerste Adam beslist nog niet ontmijnd..

maar toch is er in het leven en de levensgave van die tweede Adam iets beslissend gebeurt... De ‘zonden der wereld zijn weggedragen’... een begin van ‘verzoening’ tot stand gekomen...

 

BLOK 3

 

In 1635 overleed een goede vriend van Heinrich Schütz, dhr. Posthumus Reuss, graaf van Gera. Dit was een vrome man, van oude, maar arme adel, die zich enorm heeft ingezet om ‘te redden wat er te redden’ viel en te herbouwen - kerken, huizen, scholen, die de oorlog reeds had vernield..

Tegelijk was hij een groot liefhebber van kunst. met een melancholische natuur (zou je anders kunnen in zo’n tijdsgewricht ).

Reeds voor z’n dood had hij Schutz gevraagd om zijn uitvaart te verzorgen. Zelf zou hij alles voorbereid. Als Schütz in 1635 uit Denemarken terugkeert, hoorde hij dat Reuss was overleden.  Zijn weduwe gaf hem een reeks bijbelteksten en liederen en liet hem z’n grafkelder zien en de tinnen sarcofaag. Van buiten en van binnen was die helemaal bezet met - diezelfde - bijbelteksten en welgekozen liederen... allemaal rond het thema: dood, vergankelijkheid èn eeuwig leven.

 

Zijn lichaam had hij laten balsemen, want hij wilde bijgezet worden op Maria-lichtmis, als de lofzang van Simeon gelezen wordt..

          Nu laat gij heer uw knecht, thans henengaan in vrede, naar uw woord..

Of Schütz die tekst wilde op muziekzetten en de overige wilde samenveogen tot een duitse uitvaartmis: De dominee moest preken over een andere tekst: Herr wenn ich nur dich habe.... Heer, ps. 73

          Wien heb ik nevens u omhoog

          wat zou mijn hart wat zou min oog

          op aarde nevens U nog lusten

          niets is er waar ik in kan rusten

          Ja, al zou mijn vlees en hart vergaan

          toch zal ik God voor u bestaan

          wien ik mijn leven toevertrouw

          Gij zijt de rots waar ik op bouw

 

begin februari 1636 was het zo ver. Het laatste stuk dat u hoorde van deel 2 is en bewerking van een deel uit die Musicalische exequien en het eerste deel van deel 3 komt daar zelfs uit. Om u een tijdsbeeld te schetsen lees ik u het begin - in vertaling - van de opdracht het Widmungdie Schutz bij de publicatie van de M E schreef in 1636.

 

Was het dan nog niet genoeg, deze straf, dit woeden

waarmee de hoogste God ons, terecht

om onze schuld en onze missedaad

door deze gruwelijke oorlog slaat ---

al wat goed was, en wel ingericht

ligt nu totaal vertrappeld en vernietigd

wetten zijn in hun tegendeel vekeert.

Scholen verwoest, kerken vernield ? Was het dan nog niet genoeg,

dat nu ook dit ongeluk er nog bij komen moest

dat U, o hooggeerde vorst, van ons werd weggenomen

door het woeden van de dood in deze droeve tijd ...

waardoor vermenigvuldigd wordt onze nood en ons lijden.

Gij die de muzen waart een scherm, een schutste, Freud und Wonne

 

Het zegt alles over zijn tijd en over het geloof.. wat mannen als Poshtumus Reuss en Heinrich Schütz toch op de been hield... en - in het geval van Schutz - na het beeindigen van de oorlog... toch weer.alle energie bij elkaar te rapen om te helpen bij de wederopbouw van het verwoeste land.

 

Als ‘adviseur’ en ‘inspecteur’ trok hij - na z’n eindelijk toegestane deeltijdse pensioen - heel Saksen en Thuringen rond en richtte hier een capella op, stelde daar een nieuwe cantor aan, schonk ginds een bundel muziek om uit te voeren.. en vond fondsen desnoods uit eigen zak om die schöne musica ook in de nieuwe tijd weer een kans te geven.

 

En misschien is het grootste geschenk wel dit, dat hij vanuit een altijd toch aanwezige smeulende passie nooit tevreden was met ‘iets dat ook wel ging’.. maar ook in z’n eenvoudige kleine muziekstukken... de mensen uit de matte middelmaat tot het hoogste opriep èn ze - daarbij tot op z’n laatste dag bij is blijven bepalen èn helpen met de muziek die hij ze zelf aan bood..

 

Hoed af.. voor Schütz

En respect voor zijn geloof...

De heer heeft gegeven, de heer  heeft genomen..

De naam des HEREN zij geprezen.

 

tekst uitgesproken bij het concert met Kleine Geistliche Konzerte op zondag 6 maart 2005 in de protestantse kerk / Bexstraat 13

Dick Wursten