Lotgevallen (gebouw)

   
   

Home
Up
Photo Gallery
1892 - brief Prisse
1893 - Gastenlijst
1893 - Le Chrétien Belge
1893 - bedelbrief
1893 - Journalisten

Lotgevallen van een kerkgebouw

(historische schets van de protestantse kerk aan de Bexstraat n° 13 te Antwerpen)

 

 voor de lotgevallen van de gemeenschap klik hier

1856-1892: Uit het Schipperskwartier naar de Bexstraat

Sinds 1856 is de Belgische Zendingskerk (B.C.Z.K.) actief in het Schipperskwartier te Antwerpen. Zij vergadert in een tot kapel omgebouwde opslagplaats aan de Kommekensstraat. In 1892 constateert men echter: “Sedert de laatste jaren […] is deze buurt door het vermenigvuldigen van kroegen, danshuizen, enz., hoogst belemmerend en nadelig geworden voor het doel van onze arbeid, en de kapel zelve is zo bouwvallig, dat zij niet dan met grote kosten in enigszins goede staat zou kunnen gebracht worden.” Zo luidt het in een rondschrijven bestemd voor fondswerving in Nederland, een deftige bedelbrief opgesteld door ds. Eggenstein en Ph. Prisse [foto's van de originele bedelbrief]. Giften uit Nederland, Duitsland en België stromen binnen. Buiten de zopas gesloopte stadswallen is op dat moment de Duitstalige gemeenschap van Antwerpen een eigen kerk (De Christuskirche) aan het bouwen. Via Albert von Bary (of De Bary) verwerft men een perceel en geeft de architect, Joseph Hertogs de opdracht om een eenvoudige kapel te ontwerpen. De bouwprijs wordt geraamd op 28.000 Bfr, de aankoop van de grond op 18.000 Bfr. Uiteindelijk hebben de werken ruim 50.000 Bfr. gekost en liep de afbetaling tot in de 20ste eeuw, mede omdat op het gebouw in de Kommekensstraat ook nog een schuld rustte. [archiefstukken rond de bouw: briefwisseling Ph. Prisse - K. Anet]

 

29 oktober 1893 ingebruikname van de nieuwe kapel

op zondag 29 oktober 1893 wordt het nieuwe kerkgebouw onder grote belangstelling officieel in gebruik genomen. Er waren ongeveer 400 belangstellenden onder wie vertegenwoordigers van de synode van de bond van kerken, de beide Duitse kerken, de Noorse kerk, het zeemanshuis, de Nederlandse Hervormde Kerk en zelfs van de Joodse gemeenschap. [klik hier voor scans van de reacties op de uitnodigingen]

Van het comité waren aanwezig: baron E. Prisse uit Luik, kapitein Isebaert (Brussel); J. de Looper (Jumet), Ds. R. Meyhoffer (Brussel) en Ds. K. Anet (Secretaris-generaal ) en ds. A.W. Haksteen (voorzitter van de Vlaamse sectie). Ook waren de diverse Antwerpse kerken aanwezig: Ds. Wagener, vice-voorzitter van de Synode en van de Bond van Prot-evg kerken en predikant van de Hollandse kerk, zoals men toen de Lange Winkelstraat noemde. De beide predikanten van de Duitse kerken:  Pasteur J. Seitz  en H. Meyer, Pfr. Gleditsch (Scandinavische kerk) The Rev. J. Adams (zeemanskerk). Nederland zelf was vertegenwoordigd door M. Montyn, dominee van de hervormde kerk te Chaam en door baron van der Borch. Ook vele leden van de kerkeraad en bestuursraad van de belendende Tweede Duitse Kerk waren aanwezig. Op 1 november werd hun kerk ingewijd. Het meest verrassend is echter de aanwezigheid van de Israelitische gemeente, die niet uitgenodigd was, maar wel spontaan zich had aangemeld om mee te vieren: dhr J. Lelyveld was aanwezig. Dit zal hoogstwaarschijnlijk samenhangen met het feit dat de architect Joseph Hertogs tegelijkertijd ook de laatste hand legde aan de synagoge aan de Bouwmeesterstraat [De Synagoge Shomre Hadass (Bouwmeesterstraat) is op 7 september ingewijd, de Christuskirche op 1 november. Architect was telkenmale: Joseph Hertogs].

De eerste helft van de 20ste eeuw: reparaties en chronisch geldgebrek

Naast gewoon onderhoud moet er altijd wel iets verbeterd en/of vernieuwd worden. Zo komt er in 1932 elektrische verlichting, wordt in de jaren 1940 een middenpad gecreëerd door de banken te halveren en worden in 1952 de kolenkachels vervangen door een gasverwarming. De werken worden meestal pas uitgevoerd als ze hoogst noodzakelijk zijn. In menige notulen staat te lezen: “het is nodig! Maar waar komt het geld vandaan?” Zelfs als architect C. Peeters in 1937 opmerkt dat het “kerkgebouw van de kelder tot de nok van het dak en van binnen en van buiten eens grondig onder handen genomen moet worden, wil men een ruïne voorkomen,” dan nog moet men volstaan met hoogstnodige reparaties “wegens de al te hoge kosten”.

 

Het eeuwfeest van 1956:  totale restauratie

Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de gemeente in 1956 wordt een ambitieus restauratieplan uitgevoerd. Met steun van o.m. Nederlandse kerken (m.n. Den Haag) wordt de kerk totaal gerestaureerd. De kosten belopen ruim 330.000 Bfr. In de geheel opgefriste kerk vindt op 11 november 1956 een jubileumviering plaats, die vastgelegd wordt op film. De ansichtkaart, die u hiernaast verkleind aantreft, dateert uit diezelfde periode.

 

 

De jaren 1960-1980: afbraak en nieuwbouwplannen…

Uit een extern onderzoek in 1967 blijkt dat de toren begint over te hellen. Omdat er geen geld is voor reparatie wordt in 1968 de spits van de toren verwijderd. Begin jaren 1970 spelen de gezamenlijke protestantse kerken van Antwerpen met de gedachte een kerkelijk centrum te gaan bouwen op de plaats van de vervallen Christuskirche. Men denkt aan een multifunctioneel gebouw met alles erop en eraan. Ook de Vlaamse kerk zou dan moeten wijken. Uiteindelijk blijkt hiervoor geen draagvlak te zijn bij de participerende gemeenschappen en worden de plannen afgeblazen. De bouwpromoter die de Christuskirche in 1978 sloopt om appartementsblokken te gaan bouwen doet echter een bod op de Vlaamse kerk op de hoek. Hoewel de kerkeraad er wel voor voelt om elders in de stad opnieuw te beginnen willen veel gewone kerkleden hun kerkske aan de Bexstraat n° 13 niet opgeven. In een bewogen ledenvergadering wordt de verhuis afgeblazen. Over de totaal vervallen Christuskirche en de daarbij behorende panden (Bexstraat 7-11) is inmiddels wel het doek gevallen. Als de aannemer een jaar later begint met het uitgraven van de bouwwerf, worden de fundamenten van de Vlaamse kerk ontwricht. Lange tijd staat de kerk op instorten, maar kan uiteindelijk worden gered.

 

 

 

De jaren 1980-2000:  de honderdjarige in ere hersteld

Na voltooiing van de herstelwerken begint de gemeente te sparen voor de restauratie van de buitengevel van de kerk. In augustus 1986 wordt voor bijna 900.000 Bfr. (geheel opgebracht door de leden) de buitenkant van de kerk schoongemaakt en hersteld. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om voorzetramen te plaatsen voor de vensters aan de Florisstraat. Het ‘koepeltje’ dat op de afgebroken toren geplaatst was wordt verwijderd en vervangen door een kleine, doch echte torenspits, geconstrueerd door de gebroeders Droogendijk. In 1997 worden de dragende bogen onder de vensters versterkt en wordt met steun van de stad Antwerpen het interieur opnieuw geschilderd, waarmee de kerk (op de glasramen aan de Florisstraat en de toren na) weer in z’n oorspronkelijke staat is hersteld.

 

2004-2005 erkenning als monument en orgelbouw

Het ontwerp weerspiegelt de sobere opvattingen van de Vlaamse Evangelische kerk. Binnen het geheel van de neoromaanse kerkarchitectuur is dit een van de weinige voorbeelden die rechtstreeks voor een niet-katholieke eredienst werden gebouwd,” aldus ROHM bij de erkenning van de kerk als historisch monument op 15 oktober 2004. Bijkomend argument is de “herinnering aan de naastgelegen Christuskirche” die jarenlang het straatbeeld had bepaald. Samen met de Deutschprachige Evangelische Gemeinde leidde dit tot de restauratie van één van de zeven overblijvende glasramen van de Christuskirche. Met de inhuldiging van een ambachtelijk pijporgel (fa. Nagels) in mei 2005 wordt een oude droom (die wegens geldgebrek in 1893 niet kon worden gerealiseerd) verwezenlijkt. Sindsdien zijn er maandelijks muzikale avondgebeden en worden er geregeld concertjes gegeven. De kerk aan de Bexstraat heeft z’n plaats in het (culturele) weefsel van de stad Antwerpen hiermee ten volle ingenomen.                     

(dw, 09/09/09)

 

 

   
  Photo Gallery 1892 - brief Prisse 1893 - Gastenlijst 1893 - Le Chrétien Belge 1893 - bedelbrief 1893 - Journalisten